© Wietsebas 2017
De functies van de Nier De nieren hebben drie belangrijke functies: verwijderen afvalstoffen regelen de vochtbalans productie van hormonen Verwijderen afvalstoffen Het lichaam maakt uit alles wat het tot zich neemt allerlei nuttige stoffen aan. Hierbij blijven er afvalstoffen over. In de nieren zitten miljoenen nierbuisjes, nefronen genaamd. Die nierbuisjes, de nefronen halen uit het bloed afvalstoffen en zorgen daarna dat die als urine het lichaam verlaten. De bloedcellen, de eiwitten en andere nuttige stoffen gaan weer terug in het bloed. De nieren zuiveren elke dag tientallen tot wel 200 liters bloed. (afhankelijk van het ras) Regelen de vochtbalans Het lichaam bestaat voor 80 procent uit water. De nieren zorgen ervoor dat de hoeveelheid vocht in het lichaam constant blijft. De Nier, is het orgaan dat er voor zorgt dat lichaamsvloeistoffen zo constant mogelijk van samenstelling blijven. Op die manier zorgen dit orgaan ervoor dat het lichaam goed kan blijven functioneren. Hierbij maakt het in principe niet uit of de hond nu veel of weinig transpireert, veel of weinig drinkt en of het koud of warm is.  Aanmaken van hormonen Ook maken de nieren hormonen aan die belangrijk zijn voor de bloeddruk, het kalkgehalte in de botten en de productie van rode bloedlichaampjes.   Nieraandoeningen bij de hond. Nieraandoeningen (ook wel nierziekte genoemd) kunnen vele oorzaken hebben en kunnen bij een hond leiden tot een groot aantal uiteenlopende vervelende en zelfs levensbedreigende symptomen. Nierziekte kan plotseling (acuut) optreden of zich geleidelijk (chronisch) ontwikkelen. Het verdient aanbeveling om honden die drie jaar of ouder zijn, (vooral bij verdachte rassen) te laten onderzoeken op nierziekte.  Symptomen Een hond die een nieraandoening heeft vertoont vertoont verschillende symptomen zo als: verliest zijn trek in eten. krijgt ook meer dorst, moet vaker plassen of juist helemaal niet moet of heeft de neiging om over te geven. verlies van gewicht is meer of minder depressief vermindering van het uithoudingsvermogen heeft een doffe en ongezonde vacht. Als de hond aan één of meer van deze symptomen lijdt, kan de dierenarts de diagnose nieraandoening stellen. Bij nierziekte of nieraandoening is er een plotselinge of geleidelijke afname van de nierfunctie. Dat is niet alleen lastig maar kan ook nog levensbedreigend worden voor de hond. Omdat de nieren afvalstoffen uit het bloed verwijderen en lichaamsvloeistoffen reguleren, moet men nierproblemen dus altijd serieus nemen. Probleem is dat er veel, mogelijke, oorzaken zijn van nierziekte bij honden. Dierenartsen omschrijven de aandoening als: acuut (plotseling optredend) of chronisch (lange termijn). Acute nieraandoeningen kunnen worden veroorzaakt door: bloedverlies, Shock, chirurgische stress, trauma ernstige uitdroging, verstopping van de urinewegen, gifstoffen, medicijnen, infectie. Chronische nierziekte kan worden veroorzaakt door bovenstaande factoren plus: erfelijke aanleg en ras. factoren m.b.t. voeding, defecten in het immuunsysteem. Helaas bemerken we de symptomen van nierziekte pas wanneer al meer dan tweederde van de nierfunctie verloren is gegaan. Chronisch nierfalen is onomkeerbaar. Het verloop van de ziekte kan soms worden vertraagd door een speciaal nierdieet dat door de dierenarts wordt geadviseerd en specifiek is ontwikkeld voor de behandeling van nieraandoeningen.  Bij Acute nieraandoeningen herstellen honden vaak geheel wanneer de voortgang van de ziekte eenmaal is gestopt. Een speciaal nierdieet kan hierbij een belangrijke rol spelen in het beperken van de ophoping van afvalproducten. De stoffen die gewoonlijk door de nieren worden gefilterd, en de vertraging of omkeer van nierschade. Dit gebeurt door het eiwit- en fosforgehalte in het voer te beperken en de belangrijkste voedingsstoffen te controleren. Diagnose De diagnose kan gesteld worden door urineonderzoek bloedonderzoek onderzoek van de patientenkaart echo van de nieren weefselonderzoek (pre en post mortaal) functietest met ingebrachte teststof Deze onderzoeken worden deels door de dierenartsen en deels door de uni in utrecht uitgevoerd.  De Schapendoes en Nierafwijkingen Doordat er in het verleden een betrekkelijk groot aantal doezen, die aan elkaar verwant waren, aan nierfalen gestorven waren ontstond het vermoeden van een erfelijke factor. Uit het hieruit voorvloeiende onderzoek bleek bij een deel van de zieke, onderzochte doezen een vergelijkbaar ziektebeeld te bestaan dat gekenmerkt werd door een opvallend eiwitverlies middels de urine. In samenwerking met „Utrecht“ zijn van veel doezen urine-monsters genomen en onderzocht. Ook zijn andere onderzoeken gedaan zoals echografie.  Wat is er tot nu toe bekend?  Een betrekkelijk kleine groep bestond uit  jonge honden (tot 1 jaar oud). Zij hadden cysten. De nieren bleken een afwijkende bouw te hebben (nieren waarin veel met vocht gevulde holtes aanwezig zijn). Bij navraag bleken ze van pup af, al specifieke symptomen gehad te hebben zoals : opvallend rustig, klein gebleven, mager, slechte eetlust, meer drinken, meer plassen, braken etc. Een grotere groep Schapendoes- nierpatiënten (reuen en teven, ouder dan drie jaar) had zeer wisselende symptomen. Bij deze vorm van nierziekte viel een opvallend eiwitverlies via de urine op. Om de prognose te kunnen verbeteren moeten we eigenlijk meer te weten komen over het ontstaan van deze aandoening en het ziekteverloop. Het eindstadium van de aandoening kenmerkt zicht door ernstig eiwitverlies via de urine.  De verwachting is dat dit in minderde mate (ook wel „microalbuminurie“ genoemd) ook in een vroeger stadium op zal treden. Als er inderdaad een duidelijke relatie tussen „microalbuminurie“ en deze nierziekte kan worden vastgesteld, biedt dat een uitstekende mogelijkheid om patiënten eerder te identificeren, meer inzicht te krijgen en zo hun kansen op een effectieve behandeling te verhogen. De verkregen informatie kan helpen factoren te vinden die hierbij een rol spelen. Denk hierbij aan genetische en/of milieufactoren. Het ontstane beeld suggereert een erfelijke oorzaak maar in het stamboomonderzoek van de tot nu toe bekende patiënten is nog te weinig bekend over de (zieke of gezonde) familieleden. Als de manier van vererven kan worden vastgesteld biedt dat ook mogelijkheden voor preventie van de aandoening door aanpassen van het fokbeleid.  De rasverenigingen verzamelen gegevens en proberen met behulp van voorlichting en fokadviezen sturing te geven om de ‘mogelijke kans op’ nierziekte te verminderen.
© Wietsebas 2015
De functies van de Nier De nieren hebben drie belangrijke functies: verwijderen afvalstoffen regelen de vochtbalans productie van hormonen Verwijderen afvalstoffen Het lichaam maakt uit alles wat het tot zich neemt allerlei nuttige stoffen aan. Hierbij blijven er afvalstoffen over. In de nieren zitten miljoenen nierbuisjes, nefronen genaamd. Die nierbuisjes, de nefronen halen uit het bloed afvalstoffen en zorgen daarna dat die als urine het lichaam verlaten. De bloedcellen, de eiwitten en andere nuttige stoffen gaan weer terug in het bloed. De nieren zuiveren elke dag tientallen tot wel 200 liters bloed. (afhankelijk van het ras) Regelen de vochtbalans Het lichaam bestaat voor 80 procent uit water. De nieren zorgen ervoor dat de hoeveelheid vocht in het lichaam constant blijft. De Nier, is het orgaan dat er voor zorgt dat lichaamsvloeistoffen zo constant mogelijk van samenstelling blijven. Op die manier zorgen dit orgaan ervoor dat het lichaam goed kan blijven functioneren. Hierbij maakt het in principe niet uit of de hond nu veel of weinig transpireert, veel of weinig drinkt en of het koud of warm is.  Aanmaken van hormonen Ook maken de nieren hormonen aan die belangrijk zijn voor de bloeddruk, het kalkgehalte in de botten en de productie van rode bloedlichaampjes.   Nieraandoeningen bij de hond. Nieraandoeningen (ook wel nierziekte genoemd) kunnen vele oorzaken hebben en kunnen bij een hond leiden tot een groot aantal uiteenlopende vervelende en zelfs levensbedreigende symptomen. Nierziekte kan plotseling (acuut) optreden of zich geleidelijk (chronisch) ontwikkelen. Het verdient aanbeveling om honden die drie jaar of ouder zijn, (vooral bij verdachte rassen) te laten onderzoeken op nierziekte.  Symptomen Een hond die een nieraandoening heeft vertoont vertoont verschillende symptomen zo als: verliest zijn trek in eten. krijgt ook meer dorst, moet vaker plassen of juist helemaal niet moet of heeft de neiging om over te geven. verlies van gewicht is meer of minder depressief vermindering van het uithoudingsvermogen heeft een doffe en ongezonde vacht. Als de hond aan één of meer van deze symptomen lijdt, kan de dierenarts de diagnose nieraandoening stellen. Bij nierziekte of nieraandoening is er een plotselinge of geleidelijke afname van de nierfunctie. Dat is niet alleen lastig maar kan ook nog levensbedreigend worden voor de hond. Omdat de nieren afvalstoffen uit het bloed verwijderen en lichaamsvloeistoffen reguleren, moet men nierproblemen dus altijd serieus nemen. Probleem is dat er veel, mogelijke, oorzaken zijn van nierziekte bij honden. Dierenartsen omschrijven de aandoening als: acuut (plotseling optredend) of chronisch (lange termijn). Acute nieraandoeningen kunnen worden veroorzaakt door: bloedverlies, Shock, chirurgische stress, trauma ernstige uitdroging, verstopping van de urinewegen, gifstoffen, medicijnen, infectie. Chronische nierziekte kan worden veroorzaakt door bovenstaande factoren plus: erfelijke aanleg en ras. factoren m.b.t. voeding, defecten in het immuunsysteem. Helaas bemerken we de symptomen van nierziekte pas wanneer al meer dan tweederde van de nierfunctie verloren is gegaan. Chronisch nierfalen is onomkeerbaar. Het verloop van de ziekte kan soms worden vertraagd door een speciaal nierdieet dat door de dierenarts wordt geadviseerd en specifiek is ontwikkeld voor de behandeling van nieraandoeningen.  Bij Acute nieraandoeningen herstellen honden vaak geheel wanneer de voortgang van de ziekte eenmaal is gestopt. Een speciaal nierdieet kan hierbij een belangrijke rol spelen in het beperken van de ophoping van afvalproducten. De stoffen die gewoonlijk door de nieren worden gefilterd, en de vertraging of omkeer van nierschade. Dit gebeurt door het eiwit- en fosforgehalte in het voer te beperken en de belangrijkste voedingsstoffen te controleren. Diagnose De diagnose kan gesteld worden door urineonderzoek bloedonderzoek onderzoek van de patientenkaart echo van de nieren weefselonderzoek (pre en post mortaal) functietest met ingebrachte teststof Deze onderzoeken worden deels door de dierenartsen en deels door de uni in utrecht uitgevoerd.  De Schapendoes en Nierafwijkingen Doordat er in het verleden een betrekkelijk groot aantal doezen, die aan elkaar verwant waren, aan nierfalen gestorven waren ontstond het vermoeden van een erfelijke factor. Uit het hieruit voorvloeiende onderzoek bleek bij een deel van de zieke, onderzochte doezen een vergelijkbaar ziektebeeld te bestaan dat gekenmerkt werd door een opvallend eiwitverlies middels de urine. In samenwerking met „Utrecht“ zijn van veel doezen urine-monsters genomen en onderzocht. Ook zijn andere onderzoeken gedaan zoals echografie.  Wat is er tot nu toe bekend?  Een betrekkelijk kleine groep bestond uit  jonge honden (tot 1 jaar oud). Zij hadden cysten. De nieren bleken een afwijkende bouw te hebben (nieren waarin veel met vocht gevulde holtes aanwezig zijn). Bij navraag bleken ze van pup af, al specifieke symptomen gehad te hebben zoals : opvallend rustig, klein gebleven, mager, slechte eetlust, meer drinken, meer plassen, braken etc. Een grotere groep Schapendoes- nierpatiënten (reuen en teven, ouder dan drie jaar) had zeer wisselende symptomen. Bij deze vorm van nierziekte viel een opvallend eiwitverlies via de urine op. Om de prognose te kunnen verbeteren moeten we eigenlijk meer te weten komen over het ontstaan van deze aandoening en het ziekteverloop. Het eindstadium van de aandoening kenmerkt zicht door ernstig eiwitverlies via de urine.  De verwachting is dat dit in minderde mate (ook wel „microalbuminurie“ genoemd) ook in een vroeger stadium op zal treden. Als er inderdaad een duidelijke relatie tussen „microalbuminurie“ en deze nierziekte kan worden vastgesteld, biedt dat een uitstekende mogelijkheid om patiënten eerder te identificeren, meer inzicht te krijgen en zo hun kansen op een effectieve behandeling te verhogen. De verkregen informatie kan helpen factoren te vinden die hierbij een rol spelen. Denk hierbij aan genetische en/of milieufactoren. Het ontstane beeld suggereert een erfelijke oorzaak maar in het stamboomonderzoek van de tot nu toe bekende patiënten is nog te weinig bekend over de (zieke of gezonde) familieleden. Als de manier van vererven kan worden vastgesteld biedt dat ook mogelijkheden voor preventie van de aandoening door aanpassen van het fokbeleid.  De rasverenigingen verzamelen gegevens en proberen met behulp van voorlichting en fokadviezen sturing te geven om de ‘mogelijke kans op’ nierziekte te verminderen.