© Wietsebas 2017
Oogafwijkingen: DISTICHIASIS.

Inleiding

Bij veel honden van allerlei rassen komt Distichiasis voor. Deze oogaandoening kan worden ontdekt bij het ECVO oogonderzoek.Schapendoezen met Distichiasis zijn in Nederland (bij de Vereniging de Nederlandse Schapendoes) tot nu toe uitgesloten van de fok. Bij andere verenigingen/clubs kunnen andere regelingen van kracht zijn. Wel wordt aangeraden, als er maar een beperkt aantal dieren met deze afwijking is, om ze niet voor de fok te gebruiken. Is dit niet zo, zou je uitsluitend dragers/lijders met niet dragers/lijders mogen kruisen. Variatie. Bij Distichiasis kunnen 2 verschillende soorten haren voorkomen. Er zijn: Zachte haren, deze veroorzaken over het algemeen geen letsel omdat ze in de traanfilm liggen. Harde haren, deze geven een verhoogde traanproductie en knijpen met de ogen. Deze harde haren kunnen het hoornvlies irriteren of zelfs beschadigen. Waarbij verhoogde traanproductie tot traanstreepvorming kan leiden. De meningen ten aanzien van het maken van een onderscheid in "typen" Distichiasis zijn verdeeld. Er is enerzijds de mening dat er slechts Distichiasis bestaat, dus geen onderscheid. Anderen vinden juist wel dat men rekening dient te houden met een verdeling in type. Waar zit Distichiasis? Distichiasis houdt in dat er enkele haren, meerdere haren of een rij haren op de boven- en/of onderooglidrand aanwezig zijn. Op een normaal ooglidrand van een hond horen geen haren aanwezig te zijn. Kun je ze zien? De haren zijn zonder loep slecht zichtbaar. Om deze haren op te sporen wordt een spleetlampmicroscoop gebruikt. Het slijmpropje dat zich vaak rond de basis van de haar op de lidrand bevindt, is meestal wel goed zichtbaar. Na verwijdering van het slijm, wordt de haar zichtbaar. Erfelijk? Distichiasis wordt als erfelijke aandoening beschouwd, maar de wijze van vererving is niet geheel duidelijk (dominant of recessief). , De kwaal lijkt over. Soms lijkt het dat de distichiasis spontaan verdwenen is. Men vindt dat niet aannemelijk. Het komt voor dat er jarenlang niets te vinden is en dan spontaan de kwaal terugkomt.. Als de oogarts bij een onderzoek geen distichiën vindt, kan het zijn dat de haar(haartjes) net uitgevallen zijn, of dat de fokker (of een ander) de haar (haartjes) verwijderd heeft of dat de does geopereerd is geweest. Wat kun je doen? Wat kun je doen om het probleem voor de does te verminderen. (Met name bij de harde haarsoort) Therapie: Het eenvoudigst is het regelmatig epileren van de haren. Echter komen na 3 à 4 weken de haren terug, vaak dikker en stijver dan de oorspronkelijke. Deze methode kan bij alle goed hanteerbare dieren worden toegepast, vaak ook door de eigenaar. Bovendien verdwijnt hierdoor de erfelijke factor niet! Chirurgisch ingrijpen: Dit kan door door operatief verwijderen. Dit geschied wel onder volledige narcose (een heikel punt bij de Does). Gebruikte methoden zijn : Electrolyse, waarbij door middel van een fijn draadje de haarwortel vernietigd wordt, of Cryo een methode van bevriezing. Het probleem kan zich later nog wel herhalen op andere plaatsen waar op dat moment nog geen haartjes zichtbaar waren. Na de operatie zal geen of vrijwel geen littekenvorming optreden. Prognose: Die is in het algemeen gunstig. Wel kunnen haarzakjes worden overgeslagen of onzichtbaar zijn bij de eerste behandeling omdat de haar is uitgevallen en de nieuwe haar nog niet is uitgegroeid. Daardoor kunnen de haartjes later weer uitgroeien.
© Wietsebas 2015
Oogafwijkingen: DISTICHIASIS.

Inleiding

Bij veel honden van allerlei rassen komt Distichiasis voor. Deze oogaandoening kan worden ontdekt bij het ECVO oogonderzoek.Schapendoezen met Distichiasis zijn in Nederland (bij de Vereniging de Nederlandse Schapendoes) tot nu toe uitgesloten van de fok. Bij andere verenigingen/clubs kunnen andere regelingen van kracht zijn. Wel wordt aangeraden, als er maar een beperkt aantal dieren met deze afwijking is, om ze niet voor de fok te gebruiken. Is dit niet zo, zou je uitsluitend dragers/lijders met niet dragers/lijders mogen kruisen. Variatie. Bij Distichiasis kunnen 2 verschillende soorten haren voorkomen. Er zijn: Zachte haren, deze veroorzaken over het algemeen geen letsel omdat ze in de traanfilm liggen. Harde haren, deze geven een verhoogde traanproductie en knijpen met de ogen. Deze harde haren kunnen het hoornvlies irriteren of zelfs beschadigen. Waarbij verhoogde traanproductie tot traanstreepvorming kan leiden. De meningen ten aanzien van het maken van een onderscheid in "typen" Distichiasis zijn verdeeld. Er is enerzijds de mening dat er slechts Distichiasis bestaat, dus geen onderscheid. Anderen vinden juist wel dat men rekening dient te houden met een verdeling in type. Waar zit Distichiasis? Distichiasis houdt in dat er enkele haren, meerdere haren of een rij haren op de boven- en/of onderooglidrand aanwezig zijn. Op een normaal ooglidrand van een hond horen geen haren aanwezig te zijn. Kun je ze zien? De haren zijn zonder loep slecht zichtbaar. Om deze haren op te sporen wordt een spleetlampmicroscoop gebruikt. Het slijmpropje dat zich vaak rond de basis van de haar op de lidrand bevindt, is meestal wel goed zichtbaar. Na verwijdering van het slijm, wordt de haar zichtbaar. Erfelijk? Distichiasis wordt als erfelijke aandoening beschouwd, maar de wijze van vererving is niet geheel duidelijk (dominant of recessief). , De kwaal lijkt over. Soms lijkt het dat de distichiasis spontaan verdwenen is. Men vindt dat niet aannemelijk. Het komt voor dat er jarenlang niets te vinden is en dan spontaan de kwaal terugkomt.. Als de oogarts bij een onderzoek geen distichiën vindt, kan het zijn dat de haar(haartjes) net uitgevallen zijn, of dat de fokker (of een ander) de haar (haartjes) verwijderd heeft of dat de does geopereerd is geweest. Wat kun je doen? Wat kun je doen om het probleem voor de does te verminderen. (Met name bij de harde haarsoort) Therapie: Het eenvoudigst is het regelmatig epileren van de haren. Echter komen na 3 à 4 weken de haren terug, vaak dikker en stijver dan de oorspronkelijke. Deze methode kan bij alle goed hanteerbare dieren worden toegepast, vaak ook door de eigenaar. Bovendien verdwijnt hierdoor de erfelijke factor niet! Chirurgisch ingrijpen: Dit kan door door operatief verwijderen. Dit geschied wel onder volledige narcose (een heikel punt bij de Does). Gebruikte methoden zijn : Electrolyse, waarbij door middel van een fijn draadje de haarwortel vernietigd wordt, of Cryo een methode van bevriezing. Het probleem kan zich later nog wel herhalen op andere plaatsen waar op dat moment nog geen haartjes zichtbaar waren. Na de operatie zal geen of vrijwel geen littekenvorming optreden. Prognose: Die is in het algemeen gunstig. Wel kunnen haarzakjes worden overgeslagen of onzichtbaar zijn bij de eerste behandeling omdat de haar is uitgevallen en de nieuwe haar nog niet is uitgegroeid. Daardoor kunnen de haartjes later weer uitgroeien.